Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF0203.

2.19 Gelet op het voorgaande was het Gemeenschappelijk Hof na verwijzing niet meer bevoegd om in te gaan op de nieuwe stelling van [eiser] c.s. dat het door het Koninkrijk der Nederlanden gemaakte voorbehoud bij artikel 12 leden 1, 2 en 4 IVBPR strijdig zou zijn met het bepaalde in artikel 50 IVBPR(37). De rechtsgeldigheid van het hier bedoelde voorbehoud was in cassatie bij de beoordeling van onderdeel B van hun eerste cassatiemiddel uitvoerig onder ogen gezien, waarbij is vastgesteld dat hier zich géén van de in artikel 19 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht genoemde situaties voordoen zodat het voorbehoud op grond van dat artikel was toegestaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/666e1c39e83d95f9b4045eb628293828a080518415a0f7b084b79274e952aaa6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 666e1c39e83d95f9b4045eb628293828a080518415a0f7b084b79274e952aaa6, en de alinea staat in dat document op bytes 35250 tot 35937.