Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002
Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF0224.
2.3. Art. 8, eerste lid, Wet Bopz bepaalt dat de rechter, alvorens op het verzoek tot het verlenen van een voorlopige machtiging te beschikken, degene hoort ten aanzien van wie de machtiging is verzocht. Aan dat vereiste is hier voldaan: betrokkene is gehoord op 4 juli 2002. Uit de gedingstukken blijkt inderdaad niet met de vereiste zekerheid dat betrokkene tevoren van de behandeling op 28 juni 2002 op de hoogte is gesteld. Uit de mededeling van de arts Nurmohamed, dat betrokkene kort vóór het verhoor was vertrokken, volgt niet dat betrokkene tot het bijwonen van het verhoor was opgeroepen. De hierboven geciteerde mededeling van de raadsman ("kennelijk" enz.) moet, bij gebreke van een aanwijzing voor het tegendeel, op een veronderstelling van de raadsman berusten. Wat ervan zij, de eisen van een goede procesorde stonden n.m.m. niet eraan in de weg dat de rechtbank bij afwezigheid van betrokkene een verklaring van de arts heeft opgenomen. Betrokkene heeft in ieder geval het recht om vragen aan Nurmohamed te (laten) stellen en het recht zich om uit te laten over diens verklaring(3). Het recht om vragen te stellen is op 28 juni 2002 uitgeoefend door de raadsman. Art. 8 lid 8 Wet Bopz bepaalt dat wanneer de rechter zich buiten tegenwoordigheid van de betrokkene laat voorlichten door (o.m.) de psychiater die de betrokkene behandelt of begeleidt, de zakelijke inhoud van de verstrekte inlichtingen aan de betrokkene wordt medegedeeld. In cassatie wordt niet geklaagd over niet-naleving van laatstgenoemd voorschrift, zodat het ervoor moet worden gehouden dat hieraan is voldaan. Het recht om zich uit te laten over de verklaring van Nurmohamed had betrokkene kunnen uitoefenen tijdens de voortgezette behandeling op 4 juli. Zo nodig had betrokkene op 4 juli aan de rechtbank kunnen verzoeken Nurmohamed opnieuw te horen, indien hij hem nadere vragen had willen stellen. Van een dergelijk verzoek blijkt niet. Onder deze omstandigheden leidt onderdeel 1 n.m.m. niet tot cassatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4856e46ce76985978906b1ada33634d99c53937074a12ac98c25a8f0bf58e6d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4856e46ce76985978906b1ada33634d99c53937074a12ac98c25a8f0bf58e6d, en de alinea staat in dat document op bytes 9642 tot 11651.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a4856e46ce76985978906b1ada33634d99c53937074a12ac98c25a8f0bf58e6d | shasum -a 256