Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002
Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF0224.
2.5. Art. 19 Rv bepaalt dat de rechter partijen in de gelegenheid stelt hun standpunten naar voren te brengen en zich uit te laten over alle bescheiden en andere gegevens die in de procedure ter kennis van de rechter zijn gebracht, tenzij uit de wet anders voortvloeit. In de Wet Bopz wordt niet afgeweken van deze regel. De bestreden beschikking vermeldt, onder het kopje "De procedure", dat betrokkene op 4 juli 2002 is gehoord in het bijzijn van zijn raadsman. Ik zie als de kern van de klacht dat de raadsman tijdens de behandeling op 28 juni 2002 niet verder is gekomen dan het vragen van aanhouding en dat de raadsman tijdens de behandeling op 4 juli 2002 niet meer de kans heeft gekregen zich inhoudelijk over het verzoek van de O.v.J. uit te spreken. Blijkens het proces-verbaal - voor de cassatierechter de kenbron van hetgeen ter terechtzitting is voorgevallen -, heeft de rechter besloten betrokkene en de behandelend psychiater Kamp in elkaars bijzijn te horen. Als eerste is Kamp aan het woord geweest. In het proces-verbaal van de behandeling op 4 juli staat, na de beschrijving van het incident waarbij betrokkene de psychiater Kamp sloeg, uitsluitend vermeld: "Hierop wordt betrokkene overgeplaatst naar afdeling Laurenshof in het Delta psychiatrisch ziekenhuis". Op grond hiervan is het aannemelijk dat de rechter gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om betrokkene wegens ordeverstoring te laten verwijderen(4). Een dergelijke beslissing tot verwijdering houdt niet in dat aan de raadsman de bevoegdheid wordt ontnomen om namens betrokkene verweer te voeren tegen het verzoek van de OvJ. Evenmin is sprake van het doen van afstand van het recht om te worden gehoord. Uit het proces-verbaal blijkt niet dat de raadsman op 4 juli het woord heeft gevoerd noch dat de raadsman daarvan heeft afgezien. Derhalve moet het ervoor worden gehouden dat die gelegenheid niet is geboden en dat de regel van hoor en wederhoor dus is geschonden. Ik acht onderdeel 2 gegrond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4856e46ce76985978906b1ada33634d99c53937074a12ac98c25a8f0bf58e6d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4856e46ce76985978906b1ada33634d99c53937074a12ac98c25a8f0bf58e6d, en de alinea staat in dat document op bytes 12284 tot 14279.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a4856e46ce76985978906b1ada33634d99c53937074a12ac98c25a8f0bf58e6d | shasum -a 256