Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF0585.

Op grond van de brieven van het RIAGG moet als vaststaand worden aangenomen dat [verweerder] op 17 oktober leed aan een stoornis van zijn geestvermogens (rov. 4.1). Een verklaring wordt vermoed onder invloed van de stoornis te zijn gedaan indien de rechtshandeling voor de geestelijk gestoorde nadelig was, tenzij het nadeel op het tijdstip van de rechtshandeling redelijkerwijze niet was te voorzien (rov. 4.2). Een eenzijdige ontslagname met onmiddellijke ingang is in het algemeen nadelig voor de werknemer. [eiseres] heeft voornoemd wettelijk vermoeden onvoldoende gemotiveerd weerlegd (rov. 4.4). Aldus heeft [verweerder] zich terecht beroepen op het ontbreken van een met zijn verklaring overeenstemmende wil ten tijde van zijn ontslag (rov. 4.5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31a453ad262996f547135f458246a68d917c320c322e678ad92251c3c94867f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31a453ad262996f547135f458246a68d917c320c322e678ad92251c3c94867f3, en de alinea staat in dat document op bytes 9494 tot 10260.