Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF0585.
"(...) dat de eisen van de goede trouw in verband met de ingrijpende gevolgen die een eenzijdige ontslagneming op staande voet in beginsel voor de werknemer heeft, kunnen meebrengen dat de werkgeefster, hoezeer zij de (des)betreffende uitingen als een ontslagneming heeft opgevat en mocht opvatten, de werknemer toch niet aan de ontslagneming mag houden indien er niet aan haar zijde sprake is van nadeel als in het onderdeel weergegeven. Dit zal in het bijzonder het geval zijn indien de werknemer, toen hij deze uitingen deed, niet in staat was zijn wil te bepalen omdat hij toen in een hevige gemoedsbeweging verkeerde of handelde onder invloed van een stoornis van zijn geestvermogens."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31a453ad262996f547135f458246a68d917c320c322e678ad92251c3c94867f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31a453ad262996f547135f458246a68d917c320c322e678ad92251c3c94867f3, en de alinea staat in dat document op bytes 16540 tot 17243.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/31a453ad262996f547135f458246a68d917c320c322e678ad92251c3c94867f3 | shasum -a 256