Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF0585.

3 Evenzo, zij het niet specifiek over de onderhavige bepaling maar over de daarin geregelde problematiek zelf, A. Pitlo, Preadvies Nederlandse Juristen Vereniging 1949, HNJV I blz. 8: "De bewijsvoering moet er immers altijd op gericht zijn aan te tonen dat de handeling objectief onverstandig is geweest, althans voor hem persoonlijk onverstandig is geweest. Hierdoor bereiken wij een redelijk oplossing (...)." Zie voorts Chao-Duivis, NTBR 1989, blz. 117: "Het zou alleen juridisch relevant zijn om nadeel te eisen als voorwaarde voor vernietiging, als aan het nadeel bijvoorbeeld weer de eis gesteld zou worden dat het van materiële, dan wel van objectieve aard is (...)", waarbij overigens moet worden aangetekend dat zij dit haaks vindt staan op wat nadeel betekent in art. 3:44.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31a453ad262996f547135f458246a68d917c320c322e678ad92251c3c94867f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31a453ad262996f547135f458246a68d917c320c322e678ad92251c3c94867f3, en de alinea staat in dat document op bytes 20391 tot 21188.