Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2002

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF0625.

14. In beginsel is het voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt om tot het bewijs te bezigen wat deze uit een oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt en datgene terzijde te stellen wat deze voor het bewijs van geen waarde acht zonder dat hij van zijn oordeel omtrent de keuze en de betrouwbaarheid van het door hem gekozen bewijsmateriaal rekenschap behoeft af te leggen.(9) Weliswaar zijn op dit uitgangspunt enkele wettelijke en jurisprudentiële uitzonderingen te vinden, maar die doen niet af aan dit uitgangspunt. Het feit dat een verdachte op zijn eerdere, bekennende verklaring terugkomt, betekent niet dat de rechter dient te motiveren waarom hij de eerdere, bekennende verklaring voor het bewijs bezigt. Het Hof was dan ook niet gehouden te motiveren waarom het de verklaring van 14 november 1998 tot het bewijs heeft gebruikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe4454182f3849136fb58b30c5b8acb1cf10b25bbc3185782e34b5813eb45ad8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe4454182f3849136fb58b30c5b8acb1cf10b25bbc3185782e34b5813eb45ad8, en de alinea staat in dat document op bytes 9115 tot 9994.