Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2002

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF0625.

18. Uit dit bewijsmiddel volgt dat op zijn laatst van voorhanden krijgen sprake is op het moment dat verdachte en zijn zoons de aanhangwagen met de generator naar de tuin trekken.(10) Of de verdachte toen al argwaan kreeg wordt uit zijn verklaring niet duidelijk. Eerder lijkt het tegendeel het geval. Het Hof lijkt van dat laatste ook te zijn uitgegaan omdat het opzetheling - waarvoor voorwaardelijk opzet voldoende is(11) - niet bewezen achtte. Het middel klaagt dus terecht dat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen argwaan kreeg ten aanzien van de herkomst van het aggregaat. Maar daarmee is nog niet gezegd dat de bewezenverklaring niet voldoende met redenen is omkleed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe4454182f3849136fb58b30c5b8acb1cf10b25bbc3185782e34b5813eb45ad8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe4454182f3849136fb58b30c5b8acb1cf10b25bbc3185782e34b5813eb45ad8, en de alinea staat in dat document op bytes 11888 tot 12626.