Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2002

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF0625.

21. Uit het voorgaande volgt dat de bewezenverklaring en dan wel in het bijzonder ten aanzien van het onderdeel "terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dat goed redelijkerwijze had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof" niet voldoende met redenen is omkleed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe4454182f3849136fb58b30c5b8acb1cf10b25bbc3185782e34b5813eb45ad8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe4454182f3849136fb58b30c5b8acb1cf10b25bbc3185782e34b5813eb45ad8, en de alinea staat in dat document op bytes 14466 tot 14780.