Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 104 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF2166.

3.34 Voorzover het betoog van [eiser] al betrekking had op de primaire vordering - hetgeen m.i. niet het geval is - faalt het omdat het berust op een onjuiste rechtsopvatting. Kennelijk gaat [eiser] er in zijn klacht van uit dat de regeling van Briefpost 2000 van toepassing is. Hij meent evenwel dat toepassing van die regeling in zijn geval niet redelijk is. Vermoedelijk bedoelt hij aldus beroep te doen op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/81f7643a09e81b7cece166264ba8ab4f8b86ed64b80f84ab3bcd1b7fed90f744. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 81f7643a09e81b7cece166264ba8ab4f8b86ed64b80f84ab3bcd1b7fed90f744, en de alinea staat in dat document op bytes 41253 tot 41730.