Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF2166.

3.1 Het gaat in deze zaak - zoals helaas in zoveel procedures - om een strijd over feiten waarvan niet terstond aannemelijk is dat deze overeenkomen met de werkelijkheid. Ontdaan van franje komt het betoog van [eiser] er op neer dat hij zich realiseerde dat de voortdurende verlengingen rechtens niet mogelijk waren. Anders gezegd: hij heeft PTT Post in de door haar zelf gegraven kuil willen laten vallen. Zou [eiser] (van beroep postbesteller) deze juridische kennis werkelijk hebben gehad? Menig jurist zou het vermoedelijk niet hebben geweten. Het antwoord op de principiële rechtsvraag die in deze procedure centraal staat is trouwens geenszins eenvoudig.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/81f7643a09e81b7cece166264ba8ab4f8b86ed64b80f84ab3bcd1b7fed90f744. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 81f7643a09e81b7cece166264ba8ab4f8b86ed64b80f84ab3bcd1b7fed90f744, en de alinea staat in dat document op bytes 25269 tot 25944.