Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF2166.

3.7 Is een voor bepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomst eenmaal voortgezet, dan geldt op grond van art. 7:668 lid 3 (oud) BW dat deze niet (meer) van rechtswege eindigt. Voor haar beëindiging is dan steeds voorafgaande opzegging - en op grond van art. 6 BBA dus tevens een ontslagvergunning - nodig. Daarbij doet in beginsel niet ter zake of de voortzetting stilzwijgend heeft plaatsgevonden dan wel of deze uitdrukkelijk, al dan niet op dezelfde voorwaarden, is voortgezet.(17) Ratio achter dit opzeggingsvereiste is dat de wetgever heeft willen voorkomen dat door het aangaan en telkens verlengen van arbeidsovereenkomsten voor een bepaalde korte tijdsduur de bepalingen omtrent de opzegtermijnen bij arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd zouden kunnen worden ontdoken.(18)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/81f7643a09e81b7cece166264ba8ab4f8b86ed64b80f84ab3bcd1b7fed90f744. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 81f7643a09e81b7cece166264ba8ab4f8b86ed64b80f84ab3bcd1b7fed90f744, en de alinea staat in dat document op bytes 28597 tot 29396.