Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF2166.

3.12 De heersende opvatting is dat toepasselijkheid van een nietalgemeen verbindend verklaarde cao in elk geval kan worden aangenomen ingeval de gebonden werkgever en de ongebonden werknemer deze cao uitdrukkelijk op de individuele arbeidsovereenkomst van toepassing hebben verklaard.(20) Deze opvatting lijkt mij juist; zij leidt ook tot bevredigende uitkomsten. Hierbij valt te bedenken dat het maken van onderscheid tussen werknemers al naargelang zij "georganiseerd" zijn ongelijke behandeling teweegbrengt waarvoor m.i. materieel gesproken niet veel rechtvaardiging bestaat. Zodanige ongelijkheid leidt allicht tot spanningen binnen een onderneming. Ook dat pleit ertegen om haar rechtens te aanvaarden in een situatie waarin partijen (en dus ook de betrokken werknemer) hebben ingestemd met de toepasselijkheid van een cao-bepaling die afwijkt van "driekwart dwingend recht".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/81f7643a09e81b7cece166264ba8ab4f8b86ed64b80f84ab3bcd1b7fed90f744. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 81f7643a09e81b7cece166264ba8ab4f8b86ed64b80f84ab3bcd1b7fed90f744, en de alinea staat in dat document op bytes 31231 tot 32125.