Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 90 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF2166.

3.21 M.i. is onvoldoende dat een werknemer zich door de handelwijze van de werkgever realiseerde dat een voor hem nadelige cao werd toegepast. Het lijkt mij slechts aanvaardbaar een van "driekwart dwingend recht" afwijkende cao toe te passen op een "ongeorganiseerde" werknemer wanneer buiten redelijke twijfel vaststaat dat hij met toepasselijkheid heeft ingestemd. Zo'n situatie kan zich voordoen wanneer de cao aan de werknemer voorafgaand aan de arbeidsovereenkomst (of de verlenging daarvan) is toegezonden of terhand gesteld onder vermelding van de beoogde toepasselijkheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/81f7643a09e81b7cece166264ba8ab4f8b86ed64b80f84ab3bcd1b7fed90f744. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 81f7643a09e81b7cece166264ba8ab4f8b86ed64b80f84ab3bcd1b7fed90f744, en de alinea staat in dat document op bytes 35990 tot 36584.