Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF2283.
2.7. Tijdens een volgend telefoongesprek met de eerste medewerker van de civiele griffie van de Rechtbank heb ik laten informeren hoe het protocol luidt wanneer iemand zich aan de balie meldt en op de voet van art. 52 Ow cassatie wenst in te stellen tegen een vonnis van de Rechtbank. De eerste medewerker vertelde - zakelijk weergegeven - dat dan gevraagd wordt een briefje op te stellen, waarin wordt aangegeven dat men cassatie instelt. Dit briefje wordt vervolgens in het dossier gestopt; een akte wordt niet opgemaakt. Met betrekking tot de afwijkende datumstempels in het onderhavige geval op de envelop (6 mei 2002) en op de brief (7 mei 2002) meldde zij mijn medewerker dat de brief was binnengekomen tijdens haar vakantie en dat een fout was gemaakt. Ook op de brief had een stempel met datum 6 mei moeten staan. Zij bevestigde in zoverre derhalve het vermoeden van de griffier.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0328d2b11282748f1ffce57321dcdcb1ed034f4059ba4701142e5db862c0cc7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0328d2b11282748f1ffce57321dcdcb1ed034f4059ba4701142e5db862c0cc7, en de alinea staat in dat document op bytes 9746 tot 10647.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c0328d2b11282748f1ffce57321dcdcb1ed034f4059ba4701142e5db862c0cc7 | shasum -a 256