Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AF2283.
3.9. Aandachtige lezing van HR 8 april 1998, NJ 1999, 24 (Van den Boogert/Rotterdam) doet onmiddellijk inzien dat middelonderdeel 3 faalt. De Rechtbank zet haarfijn uiteen dat [eiser] niet inhoudelijk heeft gereageerd op de aanbiedingen die aan hem zijn gedaan. Ik zou menen dat, nu [eiser] zijn beurt voorbij heeft laten gaan, zijn klacht over de vermeende schending van art. 17 Ow reeds daarom faalt. Hoe dan ook, de aanbiedingen van de Staat waren niet op voorhand als kennelijk onredelijk of onwerkelijk aan te merken, omdat - zoals de Rechtbank ook al opmerkt - zij in lijn lagen met de hoogte van de schadeloosstelling die [eiser] uiteindelijk verkreeg ter zake van de eerdere onteigening in 2000 (ƒ 7 per m2).(7) Daarnaast waren deze aanbiedingen gelijkluidend aan de taxatie van 27 maart 2001. De Staat is dus bepaald niet te werk gegaan als ware het voorschrift van art. 17 een vrijwel te verwaarlozen formaliteit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0328d2b11282748f1ffce57321dcdcb1ed034f4059ba4701142e5db862c0cc7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0328d2b11282748f1ffce57321dcdcb1ed034f4059ba4701142e5db862c0cc7, en de alinea staat in dat document op bytes 24204 tot 25142.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c0328d2b11282748f1ffce57321dcdcb1ed034f4059ba4701142e5db862c0cc7 | shasum -a 256