Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002

Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:ZD2844.

3. Verdachte is op 17 februari 2000 ter terechtzitting verschenen, maar pas op 25 april 2000 is namens hem cassatieberoep ingesteld tegen het op 2 maart 2000 gewezen arrest. Verdachte onderkent dat hij het cassatieberoep niet binnen veertien dagen na de einduitspraak heeft ingesteld, maar brengt hier het volgende tegen in. Ter terechtzitting van het hof van 17 februari 2000 heeft verdachte een wrakingsverzoek ingediend. Vervolgens is hij vertrokken naar de Raad van State omdat hij daar later die ochtend ter zitting moest verschijnen. Verdachte voert aan dat hem, toen hij de zittingszaal verliet, niet is medegedeeld wanneer de terechtzitting zou worden hervat. Dat zou in strijd zijn met art. 319, eerste lid, Sv. Toen hij op 20 april 2000 op de hoogte raakte met de uitspraak van het hof heeft hij binnen veertien dagen cassatieberoep ingesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09f18cdad62a79bd09946e309ff2068a24f05e47d5a24bcc72171f84a2d24bee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09f18cdad62a79bd09946e309ff2068a24f05e47d5a24bcc72171f84a2d24bee, en de alinea staat in dat document op bytes 4644 tot 5510.