Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:ZD2844.

4. Voor de ontvankelijkheid van het ingestelde beroep is van belang dat art. 432, eerste lid aanhef en onder b, Sv bepaalt dat het beroep in cassatie binnen veertien dagen na de einduitspraak moet worden ingesteld indien de verdachte op de terechtzitting is verschenen. Die regel kent slechts een uitzondering indien het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd wordt aangehouden, de verdachte aldaar niet is verschenen en de aanzegging voor de nadere zitting niet in persoon is gedaan of betekend. Dan geldt een termijn van veertien dagen nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de uitspraak aan de verdachte bekend is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09f18cdad62a79bd09946e309ff2068a24f05e47d5a24bcc72171f84a2d24bee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09f18cdad62a79bd09946e309ff2068a24f05e47d5a24bcc72171f84a2d24bee, en de alinea staat in dat document op bytes 5530 tot 6202.