Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:ZD2844.

5. Uit het verkorte proces-verbaal van de terechtzitting van het hof van 17 februari 2000 blijkt dat verdachte daar is verschenen en dat hij aldaar, nadat een getuige een verklaring had afgelegd, een verzoek om wraking van de voorzitter heeft ingediend. Op dat verzoek is, zo kan uit het proces-verbaal van de behandeling van het wrakingsverzoek worden opgemaakt, na korte tijd afwijzend beslist, waarna het onderzoek is voortgezet. Daaruit kan niet anders worden afgeleid dan dat het onderzoek niet voor onbepaalde tijd is aangehouden, maar voor korte tijd is geschorst teneinde de beslissing op het wrakingsverzoek af te wachten. Derhalve had verdachte binnen veertien dagen na de uitspraak beroep in cassatie moeten (doen) instellen, nu zich hier niet de in art. 432 lid 3, eerste volzin, Sv bedoelde situatie voordoet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09f18cdad62a79bd09946e309ff2068a24f05e47d5a24bcc72171f84a2d24bee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09f18cdad62a79bd09946e309ff2068a24f05e47d5a24bcc72171f84a2d24bee, en de alinea staat in dat document op bytes 6222 tot 7060.