Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:ZD2844.

Verzet en hoger beroep in strafzaken, 1983, blz. 89). Ik vermeld in dit verband ook nog HR 20 oktober 1998, nr. 108.153 waarvan ik overweging 4.5. citeer: Ten overvloede wordt opgemerkt dat, indien een verzoek tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting is gedaan, zoals de raadsman blijkens de schriftuur stelt, het op de weg van de verdachte of zijn raadsman ligt om tijdig, in ieder geval op een termijn die het mogelijk maakt nog binnen de door de wet gestelde termijn desgewenst een rechtsmiddel aan te wenden, te informeren of en hoe het Hof op dit verzoek heeft beslist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09f18cdad62a79bd09946e309ff2068a24f05e47d5a24bcc72171f84a2d24bee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09f18cdad62a79bd09946e309ff2068a24f05e47d5a24bcc72171f84a2d24bee, en de alinea staat in dat document op bytes 8021 tot 8619.