Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:ZD2844.
5. Het probleem dat hierbij rijst is dat de wetgever kennelijk de mogelijkheid van een schorsing tot een later tijdstip op dezelfde zittingsdag niet onder ogen heeft gezien. De wet maakt een onderscheid in onderbreking van het onderzoek - tot een later tijdstip op dezelfde dag of tot een latere zittingsdag (HR 13 februari 1990, NJ 1990, 436) - en schorsing voor bepaalde of onbepaalde tijd, waarbij het - gelet op de gronden voor schorsing - buiten de wraking altijd gaat om een schorsing van het onderzoek tot een latere zittingsdag(1). In het laatste geval schrijft de wet dan ook voor dat de verdachte hetzij moet worden opgeroepen voor die nadere zitting dan wel dat hem, indien hij aanwezig is en de aanhouding voor bepaalde tijd is, moet worden aangezegd wanneer het onderzoek ter terechtzitting wordt hervat. In geval van onderbreking van het onderzoek moet het tijdstip van hervatting de verdachte die aanwezig is, worden aangezegd. Art. 319 schrijft niet voor dat de niet aanwezige verdachte in geval van een onderbreking van het onderzoek moet worden opgeroepen. Dat is vanzelfsprekend als het onderzoek op dezelfde zittingsdag wordt voortgezet, maar is dat niet voor het geval de hervatting op een latere zittingsdag plaatsvindt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09f18cdad62a79bd09946e309ff2068a24f05e47d5a24bcc72171f84a2d24bee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09f18cdad62a79bd09946e309ff2068a24f05e47d5a24bcc72171f84a2d24bee, en de alinea staat in dat document op bytes 12985 tot 14241.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/09f18cdad62a79bd09946e309ff2068a24f05e47d5a24bcc72171f84a2d24bee | shasum -a 256