Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:ZD2844.

6. De enorme toename van het aantal wrakingsverzoeken heeft ertoe geleid dat de meeste gerechten een voorziening hebben getroffen om een dergelijk verzoek onmiddellijk nadat het is gedaan, te kunnen behandelen. Dit om te voorkomen dat ongegronde wrakingsverzoeken tot onnodige vertraging in de behandeling van de hoofdzaak leiden. Bij die stand van zaken brengt redelijke wetsuitleg met zich mee dat schorsing van het onderzoek ook mogelijk is voor de tijd die met de behandeling van en beslissing op het wrakingsverzoek gemoeid is. Als een dergelijke schorsing plaats vindt, zal de rechter, zoals in art. 319, lid 1 Sv is voorgeschreven, de aanwezige verdachte van deze gang van zaken in kennis moeten stellen en hem moeten meedelen dat het onderzoek zal worden hervat nadat op het wrakingsverzoek is beslist. Zoals ik hierboven reeds opmerkte zal bij toewijzing van het wrakingsverzoek het onderzoek vervolgens veelal tot een latere terechtzitting worden geschorst, terwijl bij een afwijzing in het algemeen de behandeling zal worden voortgezet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09f18cdad62a79bd09946e309ff2068a24f05e47d5a24bcc72171f84a2d24bee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09f18cdad62a79bd09946e309ff2068a24f05e47d5a24bcc72171f84a2d24bee, en de alinea staat in dat document op bytes 14261 tot 15322.