Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:ZD2844.
8. Daarmee is de vraag of het beroep tijdig is ingesteld, beantwoord. Art. 432, lid 1 Sv schrijft voor dat het beroep binnen 14 dagen na de einduitspraak moet worden ingesteld, indien de verdachte ter terechtzitting is verschenen. De in het derde lid van art. 432 genoemde uitzondering op die regel doet zich hier niet voor, aangezien het onderzoek niet voor onbepaalde tijd is aangehouden. Ook kan niet worden gezegd dat de termijnoverschrijding buiten de schuld van de verdachte heeft plaatsgevonden. Als hij zonder de beslissing naar aanleiding van het wrakingsverzoek af te wachten de zittingszaal heeft verlaten, is het aan hem te wijten dat hij van de verdere gang van zaken niet op de hoogte was. Het lag op zijn weg bij het Hof te informeren naar het verdere verloop, nu hij dit niet had afgewacht.(2) Het beroep is te laat ingesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09f18cdad62a79bd09946e309ff2068a24f05e47d5a24bcc72171f84a2d24bee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09f18cdad62a79bd09946e309ff2068a24f05e47d5a24bcc72171f84a2d24bee, en de alinea staat in dat document op bytes 16465 tot 17320.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/09f18cdad62a79bd09946e309ff2068a24f05e47d5a24bcc72171f84a2d24bee | shasum -a 256