Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:ZD2844.
9. Nu de verdachte in zijn schriftuur de inhoud van het proces-verbaal - overigens tevergeefs - bestrijdt, wil ik nog kort ingaan op de vraag of over de ontvankelijkheid van het beroep anders zou moeten worden geoordeeld, indien van verdachtes lezing wordt uitgegaan. Mijns inziens is dat niet het geval. Ook als ervan wordt uitgegaan dat de voorzitter in aanwezigheid van de verdachte heeft medegedeeld dat het onderzoek zou worden geschorst, blijft het zo dat verdachte door de zittingszaal te verlaten voordat het Hof de verdere gang van zaken met betrekking tot die schorsing had kunnen mededelen, het aan zichzelf te wijten heeft dat hij niet op de hoogte was van die gang van zaken. Ook in die omstandigheden is van een verzuim van het Hof geen sprake en lag het op de weg van verdachte te informeren wat er naar aanleiding van zijn wrakingsverzoek was beslist. De uitzondering van art. 432 lid 3 Sv doet zich ook in dat geval niet voor: ook dan is het beroep te laat ingesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09f18cdad62a79bd09946e309ff2068a24f05e47d5a24bcc72171f84a2d24bee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09f18cdad62a79bd09946e309ff2068a24f05e47d5a24bcc72171f84a2d24bee, en de alinea staat in dat document op bytes 17340 tot 18338.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/09f18cdad62a79bd09946e309ff2068a24f05e47d5a24bcc72171f84a2d24bee | shasum -a 256