Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003

Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AD3578.

"Allereerst is deze opvatting volledig in strijd met de traditie en de hierop voortbouwende praktijk waar opstalrechten gevestigd worden voor kabels en buizen. Kennelijk heeft de bestaande verkeersopvatting zich zodanig ontwikkeld dat nutsleidingen ondanks het gebrek aan exploratief verband met het erf waarin zij gelegd zijn wel degelijk als onroerende zaken beschouwd worden. Ook de wetgever heeft altijd in deze veronderstelling gehandeld.22 Dat in de Telefoon en Telegraafwet en sinds 1988 in de Wet op de telecommunicatievoorzieningen de superficies-regel wordt doorbroken voor de door de concessionaris aangelegde telecommunicatiekabels is een volkomen zinloze maatregel als zij als roerende zaken beschouwd kunnen worden. Ook uit art. 6:174 lid 2 BW, waar de risicoaansprakelijkheid voor opstallen, dus onroerende zaken, bij leidingen bij de leidingbeheerder gelegd wordt, blijkt dat men deze niet als roerende zaken heeft willen zien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd932007849be3991b46e214ca9d0919ff68f55ea802717ba200ae06ec621c4c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd932007849be3991b46e214ca9d0919ff68f55ea802717ba200ae06ec621c4c, en de alinea staat in dat document op bytes 31852 tot 32808.