Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003
Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AD3591.
1.12 Enige onduidelijkheid heerst (bij mij) met betrekking tot de vraag of de belanghebbende op het moment van verkrijging van de litigieuze CAI's adressaat was van art. 36 Wet op de Telecommunicatievoorzieningen (Wtv). Art. 36 Wtv bepaalt - kort gezegd - dat de concessiehouder die een kabelnetwerk aanlegt, daarvan eigenaar blijft. Volgens de belanghebbende (zie cassatieberoepschrift, blz. 2) was deze bepaling vóór de inwerkingtreding van de Interimwet (Stb. 1996, 320), inhoudende een wijziging van de Wtv per 15 juli 1996, niet van toepassing op een CAI. Ingevolge het bij Wet van 28 maart 19963 ingevoegde art. 40a Wtv is hoofdstuk VI van de Wtv, dus ook art. 36, van overeenkomstige toepassing op de aanleg, de instandhouding en de opruiming van kabels en kabelwerken, verricht door (a) de houder van een vergunning in het kader van een op grond van artikel 13r, eerste lid, verleende toestemming, of (b) de houder van een infrastructuurvergunning in het kader van de op grond van de Vergunningenwet kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur4 verleende vergunning. De belanghebbende zou onder letter b vallen nu de Vergunningenwet kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur een voorkeursrecht verleende aan houders van een machtiging als bedoeld in art. 21 Wtv. De belanghebbende betoogt in cassatie dat zij als adressaat van art. 36 Wtv beschouwd moet worden als gevolg van die Interimwet Wtv, die per 15 juli 1996 in werking trad, dan wel als gevolg van EG-kabeltelevisierichtlijn (95/51/EG), die per 1 januari 1996 door Nederland geïmplementeerd had moeten zijn, dan wel als gevolg van een bekendmaking van de minister van V&W van 9 februari 1996 (Stcrt. 41), alsmede als gevolg van het door haar in 1996 gebruik maken van haar voorkeursrecht tot verkrijging van een infrastructuurvergunning. Ook de Staatssecretaris lijkt ervan uit te gaan dat art. 36 (interim) Wtv van toepassing is, al meent hij dat de eigendomskwestie niet van belang is voor de vraag of overdrachtsbelasting is verschuldigd (zie blz. 3 van zijn verweerschrift). Het Hof heeft uitsluitend burgerlijk recht toegepast. Het heeft geen overweging gewijd aan (de eventuele invloed van) art. 36 (interim) Wtv of Europees recht. U zie nader onder 4.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d7222de3ec4c8a7048c5cecca10ee17ac0cf48f5dae9851adef15f25a640877. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d7222de3ec4c8a7048c5cecca10ee17ac0cf48f5dae9851adef15f25a640877, en de alinea staat in dat document op bytes 14663 tot 16915.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d7222de3ec4c8a7048c5cecca10ee17ac0cf48f5dae9851adef15f25a640877 | shasum -a 256