Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AD3591.
2.1 De belanghebbende stelt twee middelen voor. Het eerste betoogt dat de in 1.9 geciteerde overwegingen van het Hof het recht schenden, in het bijzonder de artt. 3:3, 3:4 en 5:20 BW. Het kabelnet met toebehoren is volgens de belanghebbende een zelfstandige roerende zaak, onder meer omdat de kabels c.a. op eenvoudige wijze kunnen worden verwijderd en verplaatst en daarom niet aangemerkt kunnen worden als duurzaam verenigd met de grond in de zin van de art. 3:3 en 5:20, sub e, BW. Aan de door het Hof gekozen (eerst) verticale natrekking (voor het skelet van het netwerk) en (vervolgens) horizontale natrekking (voor aftakkingen naar abonnees en voor bovengrondse onderdelen op andere dan gemeentegrond) komt men niet toe. Voor zoveel nodig, worden de civielrechtelijke regelen van de artt. 3:3 en 5:20 BW doorbroken door de publiekrechtelijke speciales van art. 36 Wet op de telecommunicatievoorzieningen (Wtv) en art. 5.6 van de later ingevoerde Telecommunicatiewet (TW). Het netwerk vertegenwoordigt, aldus nog steeds de belanghebbende, een zelfstandige waarde en verhoogt niet de waarde van de grond. Zij betoogt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d7222de3ec4c8a7048c5cecca10ee17ac0cf48f5dae9851adef15f25a640877. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d7222de3ec4c8a7048c5cecca10ee17ac0cf48f5dae9851adef15f25a640877, en de alinea staat in dat document op bytes 16988 tot 18122.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d7222de3ec4c8a7048c5cecca10ee17ac0cf48f5dae9851adef15f25a640877 | shasum -a 256