Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003
Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AD3591.
3.21 Het een "(2)" volgt echter niet uit het ander "(1)": dat de kabel hoofdzakelijk in de grond ligt maakt hem nog niet duurzaam verbonden met die grond. Een zuiver rechtsoordeel behoeft weliswaar geen motivering,27 maar het gaat hier om een juridische kwalificatie van feiten, dus om een gemengd oordeel. Het als vaststaand aannemen van een betwist feit (duurzame verbinding met de grond) behoeft motivering, met name explicitering van de bewijsgrond.28 Het Hof verwijst naar 5:20 BW. Die bepaling gaat over eigendom van grond en natrekking. De eigendomsvraag staat echter los van de vraag naar het goederenrechtelijke karakter (roerend of onroerend) van het kabelnet en is dus ook geen juiste maatstaf voor de beantwoording van laatstbedoelde vraag.29 Indien de belanghebbende een concessiehouder is in de zin van art. 36 Wtv, wordt de eigendomsvraag behandeld in art. 36 Wtv en heeft het Hof die vraag mijns inziens overigens onjuist beantwoord (zie nader 4 hieronder).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d7222de3ec4c8a7048c5cecca10ee17ac0cf48f5dae9851adef15f25a640877. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d7222de3ec4c8a7048c5cecca10ee17ac0cf48f5dae9851adef15f25a640877, en de alinea staat in dat document op bytes 51000 tot 51987.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d7222de3ec4c8a7048c5cecca10ee17ac0cf48f5dae9851adef15f25a640877 | shasum -a 256