Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AD9784.
6.4 Ik meen met het Hof Arnhem dat in de omstandigheden van belanghebbendes geval de Regeling zodanig uitwerkt dat van een onredelijk en willekeurig resultaat moet worden gesproken dat de wetgever niet voor ogen kan hebben gestaan en dat niet beantwoordt aan de doelstelling van de wet, terwijl bovendien een ongelijkheid tussen starters en niet-starters wordt gecreëerd waarvoor geen zichtbare rechtvaardiging bestaat en die niet voortvloeit uit het verschil tussen een starter en een niet-starter. Men zou juist verwachten dat bij (quasi-)starters het startjaarinkomen zo snel mogelijk buiten beschouwing gelaten wordt als atypisch. Het vasthouden aan één jaar (het in belanghebbendes geval in alle opzichten atypische startjaar) dient in belanghebbendes geval noch 's wetgevers wens tot aansluiting bij een meer duurzaam inkomensperspectief, noch diens wens tot onmanipuleerbaarheid van gegevens, welke laatste wens op zichzelf al weer moeilijk te verklaren valt in het licht van de aan niet-starters gegunde twee-uit-drie-regeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0bf0ee5091c3914dfda8451abdf9a6507304793c3c7c29a30ab3aa748d702f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0bf0ee5091c3914dfda8451abdf9a6507304793c3c7c29a30ab3aa748d702f7, en de alinea staat in dat document op bytes 12958 tot 14009.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e0bf0ee5091c3914dfda8451abdf9a6507304793c3c7c29a30ab3aa748d702f7 | shasum -a 256