Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 augustus 2003
Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 8 augustus 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 augustus 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE2298.
Inzake de aanduiding van het gebate gebied concluderen wij het volgende. De verschillen die optreden tussen het gebate gebied bij het bekostigingsbesluit en bij de verordening zijn ons inziens inherent aan het karakter van het bekostigingsbesluit en het moment waarop het wordt genomen. Het bekostigingsbesluit moet immers worden genomen voordat met het tot stand brengen van de voorzieningen een aanvang is gemaakt. Op dat moment zijn er derhalve nog uitsluitend plannen en ramingen. Na het nemen van het bekostigingsbesluit kunnen de plannen, onder meer in het kader van inspraakprocedures, wijzigen. Ook de ramingen zullen, als gevolg van wijzigingen in de plannen en in zaken als de bouwkostenindex en de rentefactor, bijgesteld kunnen en moeten worden. Als gevolg hiervan kan het zo zijn dat onroerende zaken die bij het bekostigingsbesluit nog als gebaat werden aangemerkt, uiteindelijk niet in de heffing van de baatbelasting worden betrokken. Ook het omgekeerde kan voorkomen. De redelijkheid van de afwijking in relatie tot de rechtszekerheid kan immers van gemeente tot gemeente en van voorzieningencomplex tot voorzieningencomplex verschillen. Zij is volledig afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Het is ons inziens dan ook onmogelijk om in het algemeen cijfermatig en procentueel te bepalen welke afwijking recht doet aan het rechtszekerheidsbeginsel. Het bekostigingsbesluit heeft dan ook geenszins een vaststellend, in die zin dat op dat moment een aanwijzing plaatsvindt van welke onroerende zaken in de heffing zullen worden betrokken, karakter. In [Hof Amsterdam 27 januari 2000, Belastingblad 2001, blz. 926] oordeelde het hof dat een marge van 35% geen inbreuk maakte op de rechtszekerheid. Ons inziens kan een marge van 35% in een kleine gemeente als Meerlo-Wanssum (7453 inwoners in 2000, baatbelasting ingevoerd in 1989) echter juist een forse inbreuk op de rechtszekerheid inhouden. Omgekeerd zou een marge van 50% binnen een grote gemeente als Amsterdam nog heel wel binnen de grenzen van de rechtszekerheid vallen. Gelet op deze verschillen in omstandigheden en het gegeven, dat in de parlementaire geschiedenis geen invulling is gegeven aan de toegestane marge kan ons inziens worden geconcludeerd, dat het de bedoeling van de wetgever is hieraan juist geen invulling te geven. Immers, (...), zijn niet alle marges arbitrair?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f3cac4f6c97443276b95098dc705a9caf38560243ce24faaeea88cc9aea501d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f3cac4f6c97443276b95098dc705a9caf38560243ce24faaeea88cc9aea501d, en de alinea staat in dat document op bytes 34093 tot 36469.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1f3cac4f6c97443276b95098dc705a9caf38560243ce24faaeea88cc9aea501d | shasum -a 256