Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE3564.
Een en ander komt tot uiting doordat artikel 126, eerste lid, Sv als voorgesteld voor de instelling van een s.f.o. verlangt dat er sprake is van een verdenking van een strafbaar feit begaan door degene tegen wie het onderzoek ware te richten. Dat neemt niet weg dat het s.f.o. kan voortduren tot na het tijdstip waarop de verdachte tot veroordeelde is geworden. Voorts is voorgesteld aan artikel 311, eerste lid, Sv toe te voegen dat de officier in ieder geval ter terechtzitting waar de tenlastelegging wordt behandeld, kenbaar maakt dat hij voornemens is in dezelfde zaak later nog een afzonderlijke ontnemingsvordering te doen, voor zover zulks niet reeds aan de verdachte bekend was, bijv. omdat hem die vordering reeds is betekend of omdat hij reeds in het kader van het s.f.o. is gehoord. Aldus wordt ook voor de verdachte en voor de rechter ter zitting duidelijk, dat op dit punt het openbaar ministerie het behoud van zijn vervolgingsrechten in de voorliggende zaak reserveert."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3380de3483052c65cafef4cb1a56b49dce3d7a273415b213325744cc676978d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3380de3483052c65cafef4cb1a56b49dce3d7a273415b213325744cc676978d7, en de alinea staat in dat document op bytes 8949 tot 9948.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3380de3483052c65cafef4cb1a56b49dce3d7a273415b213325744cc676978d7 | shasum -a 256