Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE3564.
12. De argumenten die de Minister heeft aangevoerd voor zijn standpunt dat het sfo vóór de terechtzitting in de eigenlijke strafzaak moet zijn ingesteld, verzetten zich niet tegen de mogelijkheid ook na een pro-forma zitting een sfo te openen. In de eerste plaats is de positie van de verdachte na de pro-forma zitting niet wezenlijk anders dan daavóór. Nog steeds is hij degene op wie het voorbereidend onderzoek dat voorafgaat aan de inhoudelijke behandeling van de zaak ter terechtzitting betrekking heeft. Nu de officier van justitie door een pro-forma dagvaarding uit te brengen juist te kennen geeft dat het voorbereidend onderzoek nog niet is afgesloten, is het ook niet in strijd met de zorgvuldigheid waarmee het middel van het sfo dient te worden ingezet, om na de de pro-forma zitting over te gaan tot de instelling van dat onderzoek. Ook de omstandigheid dat de officier van justitie uiterlijk bij zijn requisitoir kenbaar dient te maken of een sfo is ingesteld, is geen reden om het instellen van een sfo na de pro-forma zitting in strijd met het wettelijk systeem te achten. Uit het feit dat een pro-forma dagvaarding is uitgebracht volgt immers dat het onderzoek nog niet zover is dat een requisitoir kan worden gehouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3380de3483052c65cafef4cb1a56b49dce3d7a273415b213325744cc676978d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3380de3483052c65cafef4cb1a56b49dce3d7a273415b213325744cc676978d7, en de alinea staat in dat document op bytes 15075 tot 16328.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3380de3483052c65cafef4cb1a56b49dce3d7a273415b213325744cc676978d7 | shasum -a 256