Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE3564.

14. In het middel wordt bepleit dat - gelet op de tekst van art. 311, eerste lid, derde volzin, Sv - een sfo dient te kunnen worden ingesteld tot uiterlijk de dag van de terechtzitting waarop wordt gerequireerd. Dat lijkt mij in strijd met de systematiek van de regeling zoals deze uit de parlementaire behandeling naar voren komt. Die komt erop neer, zoals hierboven uiteen is gezet, dat een sfo zou moeten worden ingesteld vóór de aanvang van de terechtzitting in de hoofdzaak. De omstandigheid dat het onderzoek wordt geschorst tot een latere zittingsdag of zich over meer zittingsdagen uitstrekt, neemt niet weg dat het vooronderzoek op dat moment is afgesloten en de zaak verkeert in de fase van het onderzoek ter terechtzitting. De terechtzitting in de hoofdzaak is dus, ook als het onderzoek wordt aangehouden, aangevangen. De officier van justitie geeft door een gewone dagvaarding uit te brengen ook te kennen dat naar zijn oordeel het voorbereidend onderzoek is afgerond en dat de zaak inhoudelijk ter terechtzitting kan worden behandeld. Dat impliceert dat de mededelingen die op grond van art. 311, lid 1 Sv moeten worden gedaan over het eventuele voornemen een ontnemingsvordering in te dienen en over het ingesteld zijn van een sfo, ook gedaan kunnen worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3380de3483052c65cafef4cb1a56b49dce3d7a273415b213325744cc676978d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3380de3483052c65cafef4cb1a56b49dce3d7a273415b213325744cc676978d7, en de alinea staat in dat document op bytes 16989 tot 18279.