Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE4480.

In het licht van de door het Hof omtrent de gesloten overeenkomsten vastgestelde feiten vermag ik dan ook niet in te zien dat belanghebbendes standpunt als pleitbaar kan worden aangemerkt, zoals het Hof oordeelt in overweging 5.9.. De door het Hof in dezen gegeven onderbouwing door te wijzen op de gesloten overeenkomsten, kan nauweljks als een motivering dienen voor 's Hofs oordeel betreffende de boete. In wezen concludeert het Hof dat belanghebbende in dat kader blijkbaar - tegen beter weten in - geloof mocht hechten aan de door hem jegens de inspecteur gewekte indruk, hetwelk niet de bedoeling kan zijn geweest van het Hof. De gedachtegang van het Hof ontgaat mij dus volledig. Het oordeel van het Hof dat er in casu voldoende reden bestaat om de boete volledig te doen vervallen, acht ik derhalve onbegrijpelijk. (...)"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2eab4323497b4e1cefcfda1eb6c71483c69e9a50ca822d1cd9c8a6b1fb5ed2d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2eab4323497b4e1cefcfda1eb6c71483c69e9a50ca822d1cd9c8a6b1fb5ed2d1, en de alinea staat in dat document op bytes 13093 tot 13935.