Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003

Alinea 149 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE6414.

Het merkwaardige is intussen dat in de uitspraak van de HR de zojuist aangeduide overweging wordt gevolgd door de zinsnede: wat er zij van de gevolgen van de bekrachtiging van de lijfrenteovereenkomst ... etc. Maar dit veronderstelt juist een bestaanbare rechtshandeling die ingevolge art. 2:203 kan worden bekrachtigd. Het woord "onbestaanbaar" is dus niet op zijn plaats, en wordt ook niet door de aansluitende overweging gedragen. Gelet op de fiscale context is waarschijnlijk bedoeld: "nog geen persoonlijke verplichting oplevert als bedoeld in art. 45 Wet IB en in zoverre effect ontbeert." Gelet op een en ander zou ik de besproken overweging van de derde kamer, hoezeer deze ook in algemeen luidende termen is geformuleerd, geen civielrechtelijke betekenis willen toekennen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d5102bb8d002c45637a65884576e4b44a7b96b29e1ba37dc250168c5ac477c3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d5102bb8d002c45637a65884576e4b44a7b96b29e1ba37dc250168c5ac477c3b, en de alinea staat in dat document op bytes 46585 tot 47380.