Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003

Alinea 178 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE6414.

7.2 Dit onvolkomen karakter impliceert dat niet kan worden gesproken van een lijfrenteovereenkomst in de zin van art. 45, zesde lid, Wet IB 1964.(38) Van een (volkomen) verbintenis tot premiebetaling is eerst sprake na bekrachtiging van de overeenkomst door de vennootschap, omdat eerst door bekrachtiging een rechtsbetrekking tussen oprichter en vennootschap tot stand komt. Dat de Hoge Raad een rechtsbetrekking voor de aftrekbaarheid van lijfrentepremies vereist, past mijns inziens voorts in het regime voor de aftrek van lijfrentepremies ex art. 45 Wet IB 1964.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d5102bb8d002c45637a65884576e4b44a7b96b29e1ba37dc250168c5ac477c3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d5102bb8d002c45637a65884576e4b44a7b96b29e1ba37dc250168c5ac477c3b, en de alinea staat in dat document op bytes 57704 tot 58284.