Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003

Alinea 374 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8398.

3.10 Het fictieve dividend ex art. 29a Wet IB 1964 is een iets ander geval dan CFC-wetgeving, omdat art. 29a niet primair aanknoopt bij de winst van de buitenlandse vennootschap,(46) maar bij de waarde van de aandelen, en bovendien tegenbewijs toelaat. Heithuis schrijft over het verschil tussen art. 29a Wet IB 1964 en (buitenlandse) CFC-wetgeving:(47)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bee235e274e542310662440f70c1ccd440a155644171e7c25690852852e988a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bee235e274e542310662440f70c1ccd440a155644171e7c25690852852e988a, en de alinea staat in dat document op bytes 159010 tot 159376.