Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8398.

4.7 Een en ander heeft mijns inziens echter geen invloed op de conclusie dat de artt. 15 en 16 niet van toepassing zijn op het litigieuze fictieve loon. Zoals uit onderdeel 2.A van de bijlage blijkt, zien de volzinnen in de artt. 15 en 16 van het Verdrag op werkelijke inkomsten, niet op fictieve inkomsten. Ook het zinsverband verzet zich daarmee, net als de context, tegen de toepassing van later ingevoerde nationaalrechtelijke genietingsficties op inkomsten die niet "verkregen" zijn. Bovendien hoeft aan het verschil tussen "zinsverband" in de Nederlandse tekst van het verdrag met België en "context" in de Engelse OESO-tekst wellicht in het geheel geen betekenis te worden toegekend, nu de eveneens authentieke Franse tekst van art. 3 par. 2 van het verdrag met België op het relevante punt woordelijk gelijk luidt aan de Franse OESO-tekst van art. 3, lid 2: beide gebruiken het woord "contexte."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bee235e274e542310662440f70c1ccd440a155644171e7c25690852852e988a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bee235e274e542310662440f70c1ccd440a155644171e7c25690852852e988a, en de alinea staat in dat document op bytes 25468 tot 26386.