Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003
Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8398.
Ad (ii)Een fictie zoals vervat in de art. 12a en 13a Wet LB bestond niet en werd niet voorzien ten tijde van het sluiten van het Verdrag. In het OESO-Model 1963 (of later) is niet voorzien in kwalificatie van fictieve inkomsten onder de toewijzingsbepalingen voor benoemde inkomsten (art. 6-20). België kon mitsdien geen rekening houden met de posterieure Nederlandse genietingsfictie. Latere (maar vóór 1997 tot stand gekomen) reciprociteit van wetgeving of door beide verdragsluiters gepubliceerde en gelegitimeerde gezamenlijke uitleg in de door de Staatssecretaris gewenste zin is niet gesteld of gebleken. Uitleg van niet-omschreven uitdrukkingen naar de terminologie van of de wens achter art. 12a en 13a Wet LB komt alsdan in strijd met de context van het Verdrag (zie hoofdstuk 2 van de bijlage) en trouwens ook met het zinsverband van de artt. 15 en 16 van het Verdrag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bee235e274e542310662440f70c1ccd440a155644171e7c25690852852e988a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bee235e274e542310662440f70c1ccd440a155644171e7c25690852852e988a, en de alinea staat in dat document op bytes 28655 tot 29549.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7bee235e274e542310662440f70c1ccd440a155644171e7c25690852852e988a | shasum -a 256