Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003

Alinea 268 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8403.

3.2 Art. 3.112 Wet IB 2001 stelt de voordelen in natura uit een eigen woning op een forfaitair percentage van de zogenoemde eigen-woningwaarde.(36) Indien een buitenlands belastingplichtige, inwoner van een verdragsland, (tevens) een eigen woning in Nederland heeft (dat zal niet vaak voorkomen, maar de wet voorziet dergelijke situaties wel; zie bijvoorbeeld art. 3.111, leden 2-4, Wet IB 2001), en aldus inkomen uit werk en woning geniet ex art. 7.2, lid 2, onderdeel f, Wet IB 2001, moet worden beoordeeld of het toepasselijke verdrag aan heffing over het forfaitair bepaalde voordeel in de weg staat, met name of sprake is van "inkomsten verkregen (...) uit onroerende goederen" in de zin van art. 6, lid 1, NSV. Naar mijn mening is dat het geval. Het eigen gebruik van de woning, althans de beschikkingsmogelijkheid daartoe, houdt immers een daadwerkelijk verkregen voordeel in, nl. woongenot c.q. beschikkingsmacht. Indien de woning in Nederland is gelegen, is Nederland ex art. 6 bevoegd die voordelen te belasten. Hoe dat voordeel vervolgens wordt berekend, forfaitair of anderszins, is aan Nederland. U vergelijke de in 2.2 aangehaalde aantekening 4 op art. 6 OESO-modelverdrag. Het eigen-woningforfait is een niet-onverdedigbare kwantificering van het verkregen voordeel - een redelijke benadering van de waarde van het verkregen voordeel - en geen fictie.(37)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7bc190f6b5e30c10008e2451cf6ab11460ff29ee3cb3c3ab0ff54401f8aa07f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7bc190f6b5e30c10008e2451cf6ab11460ff29ee3cb3c3ab0ff54401f8aa07f, en de alinea staat in dat document op bytes 105252 tot 106635.