Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003

Alinea 282 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8403.

3.8 Ik merk volledigheidshalve op dat de exclusieve toewijzing, ex art. 7 van het OESO-Modelverdrag, van de winst van vennootschappen aan hun vestigingsstaat (behoudens de aanwezigheid van een vaste inrichting in de andere Staat) aan heffing over fictief dividend in de weg zou kunnen staan indien art. 29a Wet IB 1964 in wezen de niet-uitgedeelde winst van de buitenlandse vennootschap zou belasten. Het restartikel kan niet meer aan de orde komen indien het fictieve rendement reeds onder art. 7 in aanmerking wordt genomen en exclusief aan de vestigingsstaat van de vennootschap wordt toegewezen als (in wezen) haar winst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7bc190f6b5e30c10008e2451cf6ab11460ff29ee3cb3c3ab0ff54401f8aa07f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7bc190f6b5e30c10008e2451cf6ab11460ff29ee3cb3c3ab0ff54401f8aa07f, en de alinea staat in dat document op bytes 112869 tot 113508.