Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003

Alinea 324 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8403.

3.24 Art. 24, lid 4, Wet IB 1964 (oud) hield voorts in dat bij de aanmerkelijk-belanghouder een zakelijke huur- en renteopbrengst in aanmerking werd genomen ter zake van door hem aan het lichaam ter beschikking gestelde activa resp. fondsen. Deze bepaling is met de invoering van de Wet IB 2001 geschrapt. De situatie waarin een belastingplichtige een schuldvordering heeft op een lichaam waarin hij een belang houdt of daaraan zaken ter beschikking stelt, wordt sindsdien bestreken door art. 3.92, lid 1, Wet IB 2001, dat het rendabel maken van die zaken, waaronder begrepen het aangaan of hebben van een schuldvordering, tot een werkzaamheid bestempelt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7bc190f6b5e30c10008e2451cf6ab11460ff29ee3cb3c3ab0ff54401f8aa07f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7bc190f6b5e30c10008e2451cf6ab11460ff29ee3cb3c3ab0ff54401f8aa07f, en de alinea staat in dat document op bytes 140232 tot 140900.