Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003
Alinea 366 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8403.
3.42 Ik meen dat Nederland met art. 13a, lid 2, Wet LB wel degelijk zijn heffingsrecht uitbreidt. De heffingsmachtstoewijzing in art. 15 NSV is gebaseerd op (het tijdstip van de) werkelijke verkrijging van het loon uit dienstbetrekking ("verkregen"). Indien de relevante omstandigheden wijzigen na de periode waarin de werkzaamheden zijn uitgeoefend, maar vóór het tijdstip van de loonbetaling, bijvoorbeeld indien de werkgever emigreert naar de andere verdragsluitende staat, zodat het loon ten laste van de winst in die staat komt, kan het heffingsrecht over de werkelijke loonbetaling aan de andere Staat worden toegewezen. Toegegeven moet wel worden dat indien er geen wijziging van omstandigheden is, Nederland ook het heffingsrecht over de werkelijke loonbetaling toekomt (aangenomen dat de arbeid in Nederland verricht wordt), zodat de anti-RUS-bepaling alsdan slechts het tijdstip van belastingheffing en niet de verdragstoewijzing beïnvloedt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7bc190f6b5e30c10008e2451cf6ab11460ff29ee3cb3c3ab0ff54401f8aa07f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7bc190f6b5e30c10008e2451cf6ab11460ff29ee3cb3c3ab0ff54401f8aa07f, en de alinea staat in dat document op bytes 164734 tot 165702.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d7bc190f6b5e30c10008e2451cf6ab11460ff29ee3cb3c3ab0ff54401f8aa07f | shasum -a 256