Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003
Alinea 382 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8403.
3.52 Twee mogelijke zienswijzen dienen zich aan. De eerste gaat ervan uit dat art. 6 van het Verdrag aan Nederland slechts heffingsrecht toewijst over werkelijke voordelen, niet over abstracte, veronderstelde voordelen, zodat de vermogensrendementsheffing niet kan worden gerealiseerd ten aanzien van buitenlands belastingplichtigen. Toewijzing geschiedt onder het restartikel aan het woonland. Die zienswijze heeft als nadeel dat Nederland niet zou mogen heffen terwijl niettemin werkelijke voordelen uit in Nederland gelegen onroerende zaken bestaan (die echter in omvang en zelfs in teken niets met de berekende grondslag te maken hoeven te hebben). In elk geval komt belastingheffing over de (werkelijke) waardestijging (vermogenswinstbelasting) aan Nederland toe.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7bc190f6b5e30c10008e2451cf6ab11460ff29ee3cb3c3ab0ff54401f8aa07f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7bc190f6b5e30c10008e2451cf6ab11460ff29ee3cb3c3ab0ff54401f8aa07f, en de alinea staat in dat document op bytes 176536 tot 177318.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d7bc190f6b5e30c10008e2451cf6ab11460ff29ee3cb3c3ab0ff54401f8aa07f | shasum -a 256