Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003
Alinea 392 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8403.
(b) zelfs bij equivalentie verzetten de "good faith" alsmede de "context" van de toewijzingsbepalingen zich tegen doorwerking van nationaalrechtelijke ficties, tenzij (i) de nationale genietingsfictie zich reeds in het nationale recht ophield ten tijde van de verdrags(her)onderhandelingen, of (ii) in het belastingjaar waarop het verdrag moet worden toegepast het nationale recht van beide verdragstaten eenzelfde genietingsfictie kende, of (iii) de Staten (tijdig) een gezamenlijk document het publieke licht hebben doen zien, al dan niet op basis van art. 25, lid 3, OESO-Model (legislative of interpretative mutual agreement) dat met voldoende parlementaire legitimatie aldus bepaalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7bc190f6b5e30c10008e2451cf6ab11460ff29ee3cb3c3ab0ff54401f8aa07f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7bc190f6b5e30c10008e2451cf6ab11460ff29ee3cb3c3ab0ff54401f8aa07f, en de alinea staat in dat document op bytes 182515 tot 183216.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d7bc190f6b5e30c10008e2451cf6ab11460ff29ee3cb3c3ab0ff54401f8aa07f | shasum -a 256