Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003
Alinea 142 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8404.
2.12 Het OESO-modelverdrag houdt echter evenmin een verbod in om fictief inkomen en vermogen als belastinggrondslag aan te wijzen. Hoewel de toewijzingsbepalingen en het Commentaar geen aanwijzing opleveren dat aan andere dan werkelijke inkomsten is gedacht, is in die bronnen ook geen verbod te lezen op het in aanmerking nemen van fictieve inkomsten, met name niet gezien het restartikel, dat zich noch naar tekst (waarin termen als "paid" of "derived" niet voorkomen), noch naar strekking (niet-voorzien inkomen bestrijken) verzet tegen toepassing op fictief inkomen. Wel is volgens het Commentaar (zie onder meer aant. 12 op art. 3) het OESO-Model gebaseerd op de vooronderstelling van reciprociteit van belastingwetgeving, dat wil zeggen dat de opstellers ervan uitgegaan zijn dat de Staten er ongeveer dezelfde belastinggrondslagen en -systemen op na houden. Juist bij ficties hoeft dat echter niet zo te zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/955e5d0d26727ac47e1f4db32d2c13bedfef45c3f715dfe8c1ebf0e071fbc5b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 955e5d0d26727ac47e1f4db32d2c13bedfef45c3f715dfe8c1ebf0e071fbc5b3, en de alinea staat in dat document op bytes 50192 tot 51121.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/955e5d0d26727ac47e1f4db32d2c13bedfef45c3f715dfe8c1ebf0e071fbc5b3 | shasum -a 256