Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003

Alinea 178 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8404.

2.28 Het eerste in 2.26 genoemde verschijnsel doet zich voor bij de eenzijdige introductie van fictieve inkomsten en fictieve genietingsmomenten. De benoemende toewijzingsbepalingen van het OESO-modelverdrag zien niet op fictieve inkomsten. Daaruit volgt mijns inziens dat niet-omschreven termen in die toewijzingsbepalingen als "betaald" en "verkregen" niet uitgelegd kunnen worden op basis van (posterieur) eenzijdig recht dat ten behoeve van belastingheffing over fictief loon of fictief dividend een genietings- of verkrijgingsfictie introduceert. Een dergelijke uitleg is mijns inziens in strijd met de context van art. 3, lid 2, zoals deze blijkt uit aant. 13 van het Commentaar op art. 3 (zie 2.19), tenzij (i) de desbetreffende fictiebepaling reeds in de nationale belastingwetgeving(en) was opgenomen ten tijde van het sluiten van het desbetreffende verdrag, of (ii) in het desbetreffende belastingjaar inmiddels beide nationale wetgevingen eenzelfde (genietings)fictie bevatten (reciprociteit), of (iii) de Staten tijdig een staatsrechtelijk voldoende gelegitimeerde gezamenlijke interpretatie gepubliceerd hebben (zie nader 2.33 e.v.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/955e5d0d26727ac47e1f4db32d2c13bedfef45c3f715dfe8c1ebf0e071fbc5b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 955e5d0d26727ac47e1f4db32d2c13bedfef45c3f715dfe8c1ebf0e071fbc5b3, en de alinea staat in dat document op bytes 69778 tot 70938.