Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003
Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8771.
6. Blijkens de aldaar overgelegde pleitaantekeningen is bij de behandeling in raadkamer namens [klaagster] betoogd dat het bevel tot uitlevering een inbreuk op art. 10 EVRM vormt waarvoor ingevolge die bepaling, mede in het licht van EHRM, NJ 1996, 577 (Goodwin) en HR NJ 1996, 578, slechts een rechtvaardiging gevonden zou kunnen worden indien de inbeslagneming één der in art. 10, tweede lid, EVRM genoemde doeleinden kan dienen en de inbreuk ook noodzakelijk is om dat doel te bereiken. Betoogd werd dat de dreigende inbreuk op de persvrijheid, waaronder het recht van een journalist valt tot het geheimhouden van zijn bronnen, noch aan het vereiste van proportionaliteit, noch aan het vereiste van subsidiariteit voldoet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecc7d7e3d52f0557dc10303a9d519c94e538372e004175e67fbc0f34acf3950e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecc7d7e3d52f0557dc10303a9d519c94e538372e004175e67fbc0f34acf3950e, en de alinea staat in dat document op bytes 6594 tot 7335.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ecc7d7e3d52f0557dc10303a9d519c94e538372e004175e67fbc0f34acf3950e | shasum -a 256