Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8771.

De evenredigheid van die inspanningen kan, naar mij voorkomt, niet worden aangetast door de omstandigheid dat het voortbrengsel van een misdrijf inmiddels in het bezit is geraakt van iemand die zich in beginsel op geheimhouding kan beroepen, doch zich bij het toezeggen van die geheimhouding bewust was van de criminele herkomst van hetgeen hij onder zich heeft genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecc7d7e3d52f0557dc10303a9d519c94e538372e004175e67fbc0f34acf3950e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecc7d7e3d52f0557dc10303a9d519c94e538372e004175e67fbc0f34acf3950e, en de alinea staat in dat document op bytes 26164 tot 26547.