Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003
Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8771.
Daarnaast meen ik dat de Rechtbank ook ten aanzien van het subsidiariteitsvereiste in haar afweging had dienen te betrekken dat het bevel tot uitlevering gegevens betreft die rechtstreeks door een strafbaar feit zijn verkregen. Die omstandigheid kan het belang dat politie en openbaar ministerie bij de inbeslagneming hebben groter doen zijn. Daartegenover kan die omstandigheid meebrengen dat minder snel een inbreuk op de in art. 10 EVRM gewaarborgde persvrijheid zal ontstaan. Het is niet aanstonds duidelijk dat het journalistieke belang bij geheimhouding van een bron zwaarder moet wegen dan het belang van de opsporing, indien de journalist zich ervan bewust moet zijn geweest dat hij ter zake van vermoedelijk door misdijf verkregen gegevens anonimiteit toezegde aan iemand die mogelijk zelf strafbare handelingen heeft begaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecc7d7e3d52f0557dc10303a9d519c94e538372e004175e67fbc0f34acf3950e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecc7d7e3d52f0557dc10303a9d519c94e538372e004175e67fbc0f34acf3950e, en de alinea staat in dat document op bytes 26869 tot 27717.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ecc7d7e3d52f0557dc10303a9d519c94e538372e004175e67fbc0f34acf3950e | shasum -a 256